Reeks ‘Het verschil maken in de zorg’ – deel 1: kleinschalig logeerhuis ‘Villa Vrolijk’

Voor de miniserie ‘Het verschil maken in de zorg’ spreken we drie zorgverleners die hun baan in de thuiszorg gedag zeiden om voor zichzelf te beginnen. In deel 1 van de serie: Anja Kramer (35). Zij opende drie jaar geleden Villa Vrolijk, een kleinschalig logeerhuis voor meervoudig gehandicapte kinderen in Amsterdam-Noord. 

 

Zorgverlener Anja Kramer werkte lang als zelfstandige in de thuiszorg. Ze kwam bij verschillende kinderen met een beperking thuis. Omdat ze na een aantal jaar toe was aan werken met meer collega’s, ging ze aan de slag bij een verzorgingstehuis voor ouderen met een beperking.

“Op mijn eerste dag zetten we een vrouw in bad. De collega die mij inwerkte, deed die vrouw een nekband om. Ik kende zo’n nekband van werken met mensen met epilepsie: de band zorgt dat ze bij een aanval niet direct met hun hoofd onder water raken. Ik vroeg mijn collega: ‘heeft deze mevrouw epilepsie?’ ‘Nee’, antwoordde ze, ‘maar zo kan ze blijven zitten, want wij gaan door naar de volgende cliënt.’ We lieten die vrouw daar dus in haar eentje in bad zitten. Ik dacht: ‘wat is dit verschrikkelijk.’”

Unieke combinatie

Anja besloot het anders te gaan doen. “Bij zo’n grote organisatie kan ik in mijn eentje het verschil niet maken voor mensen”, legt ze uit. Daarom opende ze haar eigen logeerhuis voor kinderen met een meervoudige beperking. ‘Villa Vrolijk’ vangt kinderen op na schooltijd en in de weekenden en vakanties. De zorg wordt betaald uit het persoonsgebonden budget van de kinderen. De kinderen verschillen in mate van zelfstandigheid. Sommigen gaan naar het speciaal onderwijs en zijn redelijk zelfstandig en anderen gaan naar een kinderdagcentrum (KDC) en zijn vaak rolstoelgebonden.

“Die combinatie is redelijk uniek”, legt Anja uit. “Kinderen in een KDC hebben vaak weinig contact met elkaar, vanwege hun rolstoelgebondenheid. De kinderen van het speciaal onderwijs die bij ons komen, vinden het leuk om met de zorg voor de anderen te helpen. Sommige zijn beste vrienden geworden. Twee kindjes komen zelfs op elkaars verjaardagsfeestjes en geven elkaar kaarten met Valentijn.”

Wegzakken in zichzelf

Voorbeelden van hoe anders de situatie in sommige grotere instellingen is, heeft Anja te over. “Soms komen kinderen een heel weekend niet buiten, omdat er geen personeel voor is. Ik denk dan: dit is hun leven. En dan niet naar buiten kunnen, dat vind ik heel erg. Wij gaan actief met de kinderen aan de slag. Want als je ze niet uitnodigt en meeneemt, vallen ze in slaap of spelen ze de hele dag met hetzelfde speeltje. Dat ziet er misschien vredig uit, maar ze zakken eigenlijk gewoon helemaal weg in zichzelf.”

In een groep eten, waarbij kinderen om de beurt een hapje krijgen en ze allemaal moeten wachten op hun eten: Anja gruwelt ervan. “Als kinderen graag in een groep willen eten, omdat ze dat gezellig vinden of ervan kunnen leren, dan doen we dat. Maar als een kindje er juist onrustig van wordt, dan eten we apart met dat kindje. De regel is: als een kind ervan geniet, dan doen we het. En anders niet.”

Elke maandag in de schommel

Het klinkt allemaal simpel. Waarom leveren niet alle zorginstellingen op deze manier zorg? Anja denkt dat het vooral de kleinschaligheid is. “Bij grotere instanties worden regels meer van bovenaf bedacht, is mijn ervaring. Kindje Paul moet dan elke maandag in de schommel, elke dinsdag in de statafel, elke woensdag naar de gymzaal enzovoorts. Hij kan zelf helemaal niet zeggen wat hij wil doen.”

“Deels komt dat door dat gebrek aan capaciteit en mensen met passie voor hun werk, maar het is ook een werkhouding. Wij gaan in het weekend vaak met de kinderen naar het zwembad. Dat is een hele organisatie, maar de kinderen vinden het zo ontzettend leuk. Ik zet liever een extra medewerker in zodat er een activiteit buitenshuis kan worden ondernomen, dan dat ik bespaar op personeelskosten.”

De aandacht die ze nodig hebben

Voor de kindjes die bij Villa Vrolijk komen kan Anja dus wel het verschil maken. “Wij kijken waar een kind vrolijk van wordt en maken daar dan tijd en ruimte voor. Zo kunnen we ze de aandacht geven die ze verdienen.”