Reeks ‘Het verschil maken in de zorg’ – deel 3: De Rietvinck, verzorgingstehuis voor Roze ouderen

Voor de miniserie ‘Het verschil maken in de zorg’ spreken we drie zorgverleners die hun baan in de thuiszorg gedag zeiden omdat ze ergens anders harder nodig waren. In deel 3 van de serie: Cas Kemna (59). Hij werkt als helpende-plus bij De Rietvinck, een verzorgingstehuis met een Roze Loper-certificaat in Amsterdam.

Voor hij in de zorg terecht kwam, was Kemna 25 jaar balletdanser. Toen zijn moeder een hersenbloeding kreeg en in een rolstoel belandde, ging er bij Kemna een lampje branden. Wat als hij kon gaan dansen met rolstoelers? 

Hij ging werken als helpende in de gehandicaptenthuiszorg. “Ik heb een fascinatie voor het menselijk lichaam. Vroeger als danser natuurlijk in eerste instantie voor mijn eigen lichaam. In de gehandicaptenzorg vroeg ik me af ‘hoe kunnen mensen zich redden als ze geen perfect lijf hebben?’ Het werk paste goed bij Kemna. “Ik vond het heel leuk om bij mensen thuis te komen en zorg te verlenen naar de wensen van die persoon. Ik had er plezier in om mensen vooruit te helpen met hun lichaam. Om hen bijvoorbeeld te wijzen op dingen als yoga, of ademhalingsoefeningen met ze te doen.”

Bedreigd

Maar toch begon er na vijftien jaar iets te wringen. Kemna valt op mannen en in de wijk waar hij werkte, voelde hij steeds minder ruimte om zichzelf te kunnen zijn. Meerdere keren werd hij op het fietspad bedreigd door scooterrijders en in zijn gezicht gespuugd. “De algemene tendens in Nederland is: ‘oh homo’s, daar hoeven we geen aandacht meer aan te besteden, want die horen er helemaal bij toch?’ Dat is helemaal niet zo.” 

Hij besloot op zoek te gaan naar een nieuwe werkplek. Binnen een maand had hij drie aanbiedingen. Hij koos voor De Rietvinck, middenin de Amsterdamse Jordaan. Bijna een jaar geleden maakte hij de overstap. “Toen ik er begon, merkte ik pas hoezeer ik het gemist had om in mijn eigen sfeer te zijn. En wat een vrij gevoel dat me geeft.” 

Roze loper

De Rietvinck is een verzorgingstehuis met het Roze Loper-certificaat. Dat betekent dat het tehuis een speciaal traject heeft doorlopen waarin medewerkers en management bewust worden gemaakt van de behoeften van LHBTI-cliënten (cliënten die zich identificeren als homo-, bi-, trans- of interseksueel, of die zich op een andere manier niet identificeren als heteroseksueel en cisgender). Het doel is dat zowel LHBTI-cliënten als -personeel zich veilig voelen om zichzelf te zijn.

Volgens Kemna komt De Rietvinck dat doel goed na. “Het tehuis organiseert veel inclusieve activiteiten voor zowel bewoners van het tehuis als Amsterdammers uit de buurt. Je hoeft niet per se een LHBTI’er te zijn; er komen bijvoorbeeld ook mensen over de vloer die heel verlegen zijn, maar wel graag aanspraak willen. Zij voelen dat hier ruimte is om jezelf te zijn.” De Rietvinck heeft een maandkalender met verschillende ‘Roze’ activiteiten. Zo vindt elke donderdag de Roze Salon plaats, waarin bewoners en buurtbewoners samenkomen en aan de hand van een documentaire of een lezing met elkaar in gesprek gaan. Ook worden er Roze filmavonden en borrels georganiseerd. 

Nagels lakken

Tijd om de dansen met de ouderen is er niet veel; net als overal in de zorg is ook bij De Rietvinck de werkdruk hoog. Maar de buurtbewoners die graag over de vloer komen voor een gesprekje of een borrel, helpen ook vaak een handje mee. “Als er een bezoeker tussen zit die het prachtig vindt om nagels te lakken bijvoorbeeld, is het hier heel gewoon dat diegene dat even doet bij bewoners die dat graag willen. Zo is er door de open sfeer een heel netwerk aan mantelzorgers opgebouwd. Als je het tehuis binnenloopt, voelt het alsof je in een Jordanees café bent beland.” 

De Rietvinck is een van de zes Roze zorglocaties van zorgbedrijf Amstelring in Amsterdam. En hoewel Kemna positief is over hoeveel aandacht er vandaag de dag is voor LHBTI’ers en hun positie in de samenleving, vindt hij het zeker nog geen gelopen race. “We moeten kritisch blijven kijken naar de positie van minderheden in de samenleving, zoals bijvoorbeeld nieuwe Nederlanders die LHBTI zijn. Aandacht voor de persoonlijke situatie van mensen blijft het belangrijkste. Inclusiviteit moet niet simpelweg een mooi verhaaltje worden.”