Eerste staking jeugdzorg ooit: eis 750 miljoen

De jeugdzorg bestaat al sinds 1901, maar toch vond op 2 september 2019 de eerste staking ooit plaats. Op de staking in Den Haag, georganiseerd door FNV en CNV, kwamen ongeveer 4.000 van de in totaal 30.000 jeugdzorgmedewerkers af. De aanleiding voor deze ingrijpende manier van actievoeren zijn de bezuinigingen en decentralisaties binnen de jeugdzorg van afgelopen jaren. Wat is er precies aan de hand en wat moet er gebeuren?

Waar ging het mis?

De jeugdzorg bestaat uit jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering voor jongeren tot 23 jaar. Sinds 2015 valt de verantwoordelijkheid hiervoor onder de gemeenten en niet meer onder de landelijke overheid. Met deze decentralisatie ging ook een bezuiniging gepaard van 15 procent van het budget. Dit bleek tot zeer grote tekorten te leiden. Daarom beloofde minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid dit jaar 420 miljoen euro uit te trekken voor de jeugdzorg en nog eens 300 miljoen in 2020 en 2021. De vakbonden zijn van mening dat dit veel te weinig is, omdat het eenmalige bedragen zijn. Ze vinden dat er structureel meer geld nodig is. 

Hogere werkdruk

De bezuinigingen hebben voor flink hogere werkdruk gezorgd. Niet alleen was er minder geld, ook nam het aantal jongeren dat te maken krijgt met jeugdzorg de afgelopen alleen maar toe, namelijk 1 op de 10. De grootste oorzaken hiervoor zijn de toename van het aantal eenoudergezinnen en vechtscheidingen en daarnaast de prestatiedruk waar veel kinderen onder gebukt gaan. De stijging in werkdruk is goed terug te zien in het ziekteverzuim en het verloop binnen de sector. Zo ligt het ziekteverzuim op 18 procent, waar dat eerder rond de zes procent lag, en stopt de helft van alle nieuwe werknemers binnen een jaar weer vanwege de hoge werkdruk en de relatief lage lonen. 

Wachtlijsten worden langer

Door de bezuinigingen en te weinig werknemers worden ook de wachtlijsten in de jeugdzorg steeds langer. Zo moet er soms weken of maanden op hulp gewacht worden, dit geldt zelfs voor urgente probleemgevallen. Daarnaast klagen veel medewerkers dat er door de hoge werkdruk geen ruimte of tijd is voor de echte goede zorg die zij willen leveren. Soms kunnen ze niet meer doen dan alleen symptoombestrijding. 

Wat moet er gebeuren?

De gemeenten zijn al jaren met de overheid in gesprek over de kwestie. Zij stellen dat er niet voldoende zorg en hulp geboden kan worden aan jongeren als er niet substantieel meer geld bij komt. Naast de gemeenten wordt er ook door anderen aan de bel getrokken. Zo ging eerder dit jaar ging een delegatie zorgmedewerkers met een eisenpakket naar de Tweede Kamer. Verder heeft kinderombudsman Margrite Kalverboer laten weten dat de zorg voor kwetsbare kinderen tekort doet en wijzen ook kinderrechters er op dat het zo niet langer kan. Om de tekorten te compenseren eisen de vakbonden voor dit jaar 750 miljoen euro en daarbovenop 200 miljoen voor betere arbeidsvoorwaarden. Hiermee kan de 15 procent bezuiniging die bij de decentralisatie gepaard ging teruggedraaid worden en kunnen de wachtrijen worden teruggedrongen. 

Om de overheid ertoe te bewegen deze bedragen vrij te maken, werd de eerste staking in de jeugdzorg ooit georganiseerd. Medewerkers vinden het nu genoeg geweest. Normaal kiezen zij altijd eerst voor hun cliënten en zetten zij extra stappen als dat nodig is. Maar iedereen is het er nu over eens: zo kan het niet langer.