Nederlandse zorginstellingen hebben genoeg financiële ruimte om de komende vijf jaar twee keer zoveel te investeren in nieuwe technologieën, IT-systemen en gebouwen. Toch gebeurt dit op dit moment nauwelijks. Waarom aarzelen de bestuurders, terwijl investeren in innovatie juist nu zo hard nodig is?
Genoeg ruimte voor innovatie en vastgoed
Uit berekeningen van adviesbureau EY blijkt dat de zorgsector er financieel gezien rooskleuriger voor staat dan vaak wordt gedacht. Volgens de huidige cijfers kan er de komende vijf jaar dubbel zo veel worden geleend en geïnvesteerd als in de afgelopen jaren. Er is dus in theorie volop geld beschikbaar om niet alleen oude ziekenhuizen en verpleeghuizen te vernieuwen, maar vooral ook om flink te investeren in innovatie en digitalisering.
Waarom de rem erop staat
Ondanks dat de financiële ruimte er is, zijn zorgbestuurders erg terughoudend. Dit heeft alles te maken met onzekerheid en een grote kloof in de planning. Investeringen in bijvoorbeeld slimme zorgtechnologie of een nieuw pand zijn duur, rentes schommelen en het is vaak onduidelijk welke koers de politiek in Den Haag de komende jaren gaat varen. Daarnaast vraagt een innovatief IT-systeem of een nieuw gebouw om een langetermijnvisie en moet jarenlang mee. De afspraken in de zorg zijn daarentegen juist erg op de korte termijn gericht. Patiënten kunnen elk jaar overstappen van verzekeraar. Omdat verzekeraars daardoor niet weten hoeveel klanten ze volgend jaar hebben, sluiten zij met zorginstellingen vaak maar korte contracten af voor één of twee jaar. Dit maakt het voor een bestuurder riskant om beslissingen te nemen die ver in de toekomst doorwerken.
Druk op het zorgpersoneel vraagt om vernieuwing
Het uitblijven van deze investeringen heeft grote gevolgen op de werkvloer. Investeren gaat namelijk allang niet meer alleen over het bouwen van nieuwe panden; het is keihard nodig om met slimme technologie het werk van werknemers makkelijker te maken, zeker nu de werkdruk blijft oplopen.
Doordat de Belastingdienst strenger controleert op de inzet van zzp’ers, huren zorginstellingen minder externe krachten in. Het vaste personeelsbestand groeit echter veel te langzaam om het wegvallen van deze krachten op te vangen. Het gevolg? De werkdruk op het vaste personeel stijgt fors, wat zorgt voor een steeds hoger ziekteverzuim.
Grote verschillen tussen organisaties
Toch pakt dit voor elke organisatie anders uit. Zorgorganisaties die net voor de corona crisis al geïnvesteerd hebben, plukken daar nu de vruchten van met efficiënte werkprocessen en moderne faciliteiten zoals energiezuinige gebouwen of efficiënte looplijnen.
Aan de andere kant staan de instellingen die achterlopen. In 2025 maakten maar liefst honderd van de 646 onderzochte zorgaanbieders verlies. Zij moeten eigenlijk wel vernieuwen en innoveren om in de toekomst nog betaalbare zorg te kunnen leveren, maar missen het benodigde resultaat om überhaupt een financiering bij de bank rond te krijgen.
Tijd om slimmer samen te werken
Om de zorg toekomstbestendig te maken, is er meer nodig dan alleen geld. De sleutel ligt in het doorbreken van de kortetermijnfocus en het verminderen van de doorgeschoten concurrentie. Denk aan de thuiszorg: het komt nu regelmatig voor dat er bij één flatgebouw wel tien verschillende zorgorganisaties voor de deur staan. Door slimmer samen te werken en de marktwerking terug te dringen, blijft er meer geld en tijd over voor waar het echt om draait: de patiënt.
Het geld is er, de noodzaak is helder. Nu is het aan bestuurders, verzekeraars en de politiek om samen de stap te durven zetten naar duurzame vernieuwing van onze zorg.
Wil je op de hoogte gehouden worden van de nieuwste ontwikkelingen en inzichten in de zorg? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!







