Een cliënt die slechthorend is, wordt via zijn mobiele telefoon naar de beeldbeltablet geleid. Een cliënt die geen Nederlands of Engels spreekt, krijgt toch beeldzorg. Ook bij beginnende dementie biedt beeldbellen tóch een uitkomst. Beeldzorg werkt ook voor cliënten met beperkingen, maar het vraagt wel om maatwerk en creativiteit. We spraken met een zorgmedewerkster, we noemen haar Eva*, die dit dagelijks in de praktijk brengt.
Dit is het tweede artikel in onze serie over beeldbellen. In deel één bespraken we de algemene voordelen van beeldzorg en die zijn er genoeg. Helaas past beeldzorg niet bij elke cliënt, sommigen vinden het maar niks. Wel blijkt dat er, met creatieve oplossingen, meer mogelijkheden zijn dan je in eerste instantie zou denken. In dit artikel bespreken we de mogelijkheden van beeldzorg bij cliënten met verschillende beperkingen.
Slechthorend: creatieve routes naar contact
Je zou zeggen dat voor slechthorende cliënten beeldzorg geen optie is, maar toch zijn er creatieve oplossingen. Eva vertelt: “Soms hoort iemand de ringtoon van de beeldbeltablet gewoon niet, omdat deze in een andere ruimte staat. Als ze niet opnemen, bel ik daarom altijd even naar hun mobiele telefoon, die heeft de cliënt namelijk altijd bij zich.” Zodra de cliënt die opneemt, kan ze vragen of hij naar de tablet wil lopen en vanaf daar kan het beeldbelgesprek beginnen.
Als praten echt niet lukt, pakt ze een kladblok. “Ik schrijf mijn vragen op en houd ze voor de camera en dat werkt goed. Telefonisch kom je er dan niet uit, maar via beeldzorg met geschreven tekst wel.”
Verstandelijke beperking: structuur geeft vrijheid
Een andere cliënt heeft een verstandelijke beperking. Zelf geeft hij aan dat hij beeldzorg heel fijn vindt. “Hij kan zijn tablet meenemen naar zijn werk. Om twaalf uur verbindt hij dan met de wifi en kunnen we bellen,” vertelt Eva. “Naast zijn werk kan hij ook gewoon naar vrienden en kan hij door met zijn dag. Hij hoeft niet thuis te zitten wachten.”
De structuur van beeldzorg helpt hem. Hij weet precies wanneer hij gebeld wordt en wat hij moet laten zien. Dat geeft meer rust en overzicht dan normale thuiszorg zou kunnen bieden. Bovendien is het belangrijkste nog wel dat beeldzorg hem de vrijheid geeft om zijn eigen leven te leiden, zonder dat zijn zorgbehoefte hem belemmert.
Beginnend dementerend: vroeg beginnen
Ook voor mensen met beginnende dementie kan beeldzorg werken, maar dan is timing belangrijk. “Het is juist heel belangrijk om vroeg te starten,” benadrukt Eva. “Dan kun je het zo lang mogelijk inzetten. Als je wacht tot de dementie verder gevorderd is, wordt het veel moeilijker om met beeldbellen te starten”.
Door vroeg te beginnen raakt de cliënt gewend aan de tablet, aan de routine en aan het gezicht van de zorgverlener via het scherm. “Die structuur en herhaling helpen, maar we monitoren het wel goed. Zodra we merken dat de kwaliteit van zorg niet meer gegarandeerd kan worden, schakelen we over naar reguliere thuiszorg of een combinatie.”
Taalbarrière: zorg zonder woorden
Een van de cliënten van Eva spreekt geen Nederlands of Engels. Toch krijgt hij beeldzorg, hoe werkt dat? “Het reguliere thuiszorgteam heeft beeldbellen aan hem geïntroduceerd. Zij hebben samen geoefend tot hij precies het goede liet zien aan de camera. Nu hoeft er weinig gesproken te worden in het beeldbelgesprek”.
De communicatie verloopt via gebaren en pictogrammen. “We communiceren door een duim omhoog te doen. Als er toch meer gezegd moet worden, gebruiken we pictogrammen. De beeldzorg is voor hem puur een controlerende factor: heeft hij zijn medicijnen genomen en gaat alles goed?” Bij wijzigingen schakelt de zorgmedewerkster de zoon of dochter van de cliënt in, of er is een tolk aanwezig.
Maatwerk maakt het verschil
Ondanks de vele creatieve oplossingen is niet iedereen geschikt voor beeldzorg. De wijkverpleegkundige selecteert vooraf zorgvuldig. “Cliënten moeten therapietrouw zijn,” legt ze uit. “Ze mogen niet alvast medicijnen innemen voor het belmoment of overal zakjes neerleggen. De kwaliteit van zorg moet blijven.”
Een belangrijke les is wel: het hoeft niet alles of niets te zijn. “Sommige cliënten krijgen één keer per week beeldzorg en één keer normale thuiszorg, bijvoorbeeld voor controle van huidproblemen. Die combinatie werkt goed.”
Wat de zorgmedewerkster voornamelijk heeft geleerd in de tijd dat ze met beeldzorg werkt, is dat er geen standaardoplossing is. “Je moet out-of-the-box denken om dingen aan te pakken. Ik heb veel geleerd in korte tijd, juist door per cliënt aan te voelen en af te tasten wat werkt.”
De vraag die ze zichzelf bij elke cliënt stelt: kunnen we de kwaliteit via beeldzorg echt garanderen? “Soms is het antwoord ja, soms nee en soms is een combinatie het beste. Maar als het lukt, geeft het cliënten, ook met beperkingen, echt meer vrijheid en zelfstandigheid. Dat is waar we het voor doen.”
Dit was het tweede deel van de serie ‘Beeldbellen in de praktijk’. In het volgende artikel lees je meer over hoe beeldzorg juist tijd creëert voor écht contact door minder tijdsdruk en alarmeringen. Meer weten over de mogelijkheden van beeldzorg voor jouw organisatie? Neem contact met ons op of lees meer over onderzoek naar beeldbellen wat door.
* In dit artikel is een andere naam gebruikt voor de zorgmedewerkster om haar privacy te waarborgen.







