Skip to main content

Beeldzorg wordt vaak gezien als een efficiënte tool: minder reistijd, meer cliënten per dag. Dat kan negatief klinken voor de buitenwereld, alsof de cliënt maar een getal is. Maar wat als dat niet zo is? Eva* werkte eerst in de reguliere thuiszorg en werkt nu bij een beeldzorgteam. Zij ervaart iets moois: “Ik heb nu eindelijk tijd om echt te praten met mijn cliënten. Dat had ik in de reguliere thuiszorg nooit.”

De tijdvreters in reguliere thuiszorg

Om te begrijpen waarom beeldzorg tijd creëert, moet je eerst kijken naar waar de tijd in reguliere thuiszorg naartoe gaat. Eva schetst een herkenbaar beeld: “In de reguliere thuiszorg ervaar je constant tijdsdruk. De telefoon gaat af voor alarmeringen, je hebt reistijd tussen cliënten en als er iets gebeurt bij een andere cliënt, loop je uit.”

Die alarmeringen zijn een grote tijdvreter. “Als je onderweg bent en je krijgt een belangrijk telefoontje over een cliënt, dan moet je het team op de hoogte brengen. Dat kost tijd, het haalt je uit je focus en het kan ervoor zorgen dat je bij de volgende cliënt te laat aankomt.” Het is een domino-effect: één alarmering kan de hele planning van de dag verstoren.

Dan is er nog de reistijd. “Je rijdt van huis naar huis, soms sta je in de file, soms zijn er geen parkeerplekken, dat zijn allemaal minuten die je niet bij je cliënten bent.” Ook de planning zelf werkt niet mee. “Reguliere thuiszorg heeft vaak grote bloktijden. Een cliënt krijgt te horen: ‘we komen tussen 9:00 en 11:00 uur’. Dat betekent dat de cliënt lang met onduidelijkheid zit te wachten wanneer de zorg komt en dat zorgt voor onrust”.

Acht van de tien minuten over voor contact

Bij beeldzorg werkt het anders. “In het begin dacht ik dat gesprekken kort zouden zijn,” vertelt Eva. “Mensen zitten klaar, hebben hun medicijnen klaargelegd, water al gepakt. Even checken en klaar. Maar dat is juist niet zo. Als je tien minuten hebt gepland en alles ligt klaar, dan heb je acht minuten tijd voor een contactmoment.”

Die acht minuten zijn geen verspilde tijd, integendeel. “Die gebruik ik om te kletsen, te vragen hoe het gaat, naar familie te informeren, waar ze vandaan komen. Het zijn dezelfde leuke gesprekken die je in het echt ook hebt. Alleen heb ik nu écht de tijd ervoor.” Wel lopen de gesprekken anders, zegt ze. “Soms kost het wat meer doorvragen om tot een gesprek te komen. Je ziet geen foto of kaartje als je binnenkomt, maar met de juiste vragen en interesse heb je net zulke leuke gesprekken.”

Het verschil met reguliere thuiszorg is groot. Een eenvoudige rekensom maakt het duidelijk: bij een geplande tien minuten in de reguliere zorg gaan gemiddeld drie minuten naar reistijd, twee minuten naar het afhandelen van alarmeringen en een minuut naar het zoeken van medicijnen of spullen. Dan blijven er vier minuten over voor netto contact, minder dan bij beeldzorg.

Die paar minuten klinken misschien niet als veel, maar het maakt een wereld van verschil. “In de reguliere thuiszorg ben je continu alert op die telefoon. Dat zit in je achterhoofd, ook als je bij een cliënt bent. Bij beeldzorg heb ik die druk niet. Ik kan echt aanwezig zijn in het gesprek.

Contact op ooghoogte

Er is nog een ander verschil, wat Eva pas later doorkreeg. “In de reguliere zorg ben je fysiek heel dichtbij: je helpt met wassen, douchen, kousen aantrekken. Maar je kijkt elkaar eigenlijk nooit echt aan. Je bent met je handen bezig, je staat vaak gebogen, je bent bezig met handelingen.”

Bij beeldzorg is dat anders. “Je zit allebei, je kijkt elkaar aan, op één level. Je belt wel met een doel, maar het voelt gelijkwaardiger. Die gelijke ooghoogte, dat heb je wel met beeldzorg en dat maakt het contact sterker.” Eva merkt dat dit voor cliënten ook belangrijk is. “Ze voelen zich gehoord. Ze kunnen rustig vertellen hoe hun dag was, zonder dat ik ondertussen met iets anders bezig ben.”

Wat het voor cliënten betekent

Privacy en vertrouwen speelt ook mee in het fijnere contact. “Als je voor insuline vier of vijf keer per dag een andere flexkracht over de vloer krijgt, is dat niet fijn. Met beeldzorg bouw je een band op, je spreekt steeds dezelfde medewerker en de cliënt bepaalt zelf wat hij van zijn huis laat zien via de camera.”

Een cliënt zei ooit gekscherend tegen Eva: “Mijn huishoudster hoeft nu maar één keer per week te stofzuigen, want er komen veel minder schoenen op het tapijt.” Het illustreert een groter punt: meer autonomie, meer grip op je eigen leven.

Een paradox die geen paradox is

Beeldzorg wordt neergezet als een efficiëntere manier van thuiszorg, een manier om meer cliënten te bereiken met minder medewerkers. Maar misschien moeten we ophouden met praten over beeldzorg als tijdsbesparing en het gaan zien als tijd-investering. Investeren in rust, in contact, in kwaliteit.

Dat is namelijk wat Eva elke dag ervaart. “Het contact met beeldbellen is het leukste van mijn werk. Even kletsen, echt luisteren. Ik kan nu de rust vinden die ik in de reguliere thuiszorg nooit had. Geen bereikbaarheidstelefoon die afgaat, geen uitloop, gewoon rustig kunnen praten met mijn cliënten na het zorgmoment.”

Dit is het derde en voor nu laatste deel van de serie ‘Beeldbellen in de praktijk’. In de vorige artikelen las je over concrete toepassingen van beeldzorg en hoe beeldzorg werkt bij cliënten met beperkingen. Meer weten over de mogelijkheden van beeldzorg voor jouw organisatie? Neem contact met ons op of lees meer over ons onderzoek naar beeldbellen.

*In dit artikel is een andere naam gebruikt voor de zorgmedewerkster om haar privacy te waarborgen.